Leiderschap en de eerste 10 minuten

‘Hoe start je maandagochtend?’

Wat je het eerste kwartier doet en laat op je werk zijn bepalend voor de effectief van de rest van de werkdag. Vaak gaat het als volgt….

Een lekkere hectische start

Je start de dag door aan te haken op het rumoer van je binnenkomende collega’s en de nieuwtjes in de wandelgangen. Dan laad je je hoofd vol met e-mails, je volle agenda, diverse aanstaande vergaderingen en nog af te handelen telefoontjes. Je begint dus maar snel alles weg te werken, in een hoog tempo. Je wordt onderbroken door telefoontjes en aanwaaiende collega’s. Nog een paar vergaderingen… Op het einde van de dag constateer je dat je lekker hectisch hebt gewerkt, het vloog voorbij. ‘Wat heb ik nou allemaal gedaan en waar ben ik toch zo druk mee geweest de gehele dag? Vaak al helemaal vergeten…. Er begint iets te knagen… want wat je eigenlijk had willen doen, is blijven liggen. Het kan ook anders… waarbij je als leider vele malen effectiever bent. Vier overwegingen:

Positieve veerkracht

Op weg naar je werk, dus nog voordat de werkdag letterlijk start, creëer je bij jezelf een mindset die positieve veerkracht uitstraalt. Met deze energie kom je binnen. Door je uitstraling geef je je collega’s en de medewerkers het vertrouwen dat je organisatie, je team en je collega’s gaan slagen in de plannen. Dat het, ondanks mogelijke tegenslagen, goed komt. Je negeert het negatieve niet, daar luister je goed naar. Je adresseert het zo dat de ander weer verder kan. En grotere en belangrijke zaken neem je natuurlijk mee.

Door je positieve veerkracht worden medewerkers zelfstandiger en optimistischer. Daar zie je de eerste collega’s…

De thermometer

Bij de eerste ontmoetingen groet je vriendelijk, her en der maak je misschien korte praatjes, over koetjes en kalfjes; geen discussies, geen moeilijke onderwerpen en geen ellenlange verhalen. Op charmante en aandachtige wijze stuur je op korte gesprekken. Potentiële langpraters en probleemstellers kanaliseer je naar andere momenten zonder ze het idee te geven dat ze er niet toe doen. Kortom: je voelt, ziet en hoort de stemming van je organisatie, je team en je collega’s. Belangrijk om later eventueel op te handelen. In de verte zie je je kantoorruimte….

Je start met niets doen

Je komt rustig aan op je werkplek. Je maakt het jezelf comfortabel. Je gaat lekker zitten en begint met niets doen. Je concentreert je op wat je wilt bereiken op de lange termijn. Wat ga je vandaag doen dat daaraan bijdraagt? Dat is de belangrijkste vraag van de dag. Die vraag laat je even door je hoofd spoelen. Je kijkt kort terug op je binnenkomst. ‘Iets belangrijks dat moet worden meegenomen? Op basis daarvan kom je tot je prioriteiten. Eventueel doe je een korte controle op je e-mail om te onderzoeken of er bijstelling nodig is.

Zelfreflectie

Het nietsdoen laat je overlopen in zelfreflectie. Je weet wat je wilt bereiken, je kent je prioriteiten. Nu ga je naar je eigen houding en gedrag kijken. Ben je de vorige week effectief geweest in hoe je gedroeg en handelde, of is er bijstelling nodig? Wil je eens proberen het anders te doen…? ‘Hoe ging dat lastige gesprek de vorige keer? Vandaag wordt het voortgezet. Waar liep ik uit de bocht?’. ‘Ja’, besluit je, ‘dat ga ik anders doen’. Ik ga me niet meer ergeren aan die ene persoon, ik ga minder snel reageren.’

Je kent je prioriteiten en je weet hoe je het gaat doen.
Je gaat daadwerkelijk aan de slag.
De dag begint aan fase twee.
Het belangrijkste van de dag is gedaan.